Siem (23) “Als kind moet je leren moeite doen”

Siem is als filmmaker betrokken bij de onderzoekslijn en zelf ook een jongere.

“Ik ben geboren in 2002. De smartphone was er toen nog niet. We speelden wel eens Mario op een Nintendo DS, maar je zat niet de hele dag naar een scherm te staren. Daar werd je vanzelf moe van. ‘s Avonds speelden we vaak buiten. Het veldje voor mijn huis noemden we ‘het veldje bij Siem’. Je wist nooit wie er zou zijn, dus de ene dag was het leuker dan de andere. Je ging gewoon iets doen met de mensen die er waren. En als er niemand was, haalde je iemand op. Af en toe zie ik nog kinderen voetballen op dat veld, maar het is lang niet meer zo druk als vroeger. Eigenlijk zie ik sowieso weinig kinderen nog op straat. 

In groep acht was daar opeens de smartphone. Daardoor werd alles anders. Ook het buitenspelen. Als iemand een iPhone had, ging iedereen daaromheen staan. Je kon er filmpjes mee maken, en als kind vond ik dat vooral leuk. Ik zag de slechte dingen niet. Op de middelbare school hadden we een groepsapp met de klas. Achteraf besef ik dat ik daardoor nooit echt ‘klaar’ was met school: ik kreeg de hele tijd berichten. Dat ging vanaf toen met alles zo. Ook met mijn basketbalteam. 

Ik zie het als een voordeel dat ik zonder smartphone ben opgegroeid. Het is belangrijk dat je als kind moeite moet doen om jezelf te vermaken. Dan ga je iemand ophalen, verzin je een spel, krijg je ruzie en moet je het weer oplossen. Zo leer je hoe de wereld werkt. Als je vooral binnen zit met je telefoon, mis je die ‘straatwijsheid’. Het lijkt alsof jongeren tegenwoordig minder makkelijk praten. Ze zijn verlegen en meer op zichzelf. Als je vooral online communiceert, wordt het moeilijker om connectie met iemand te maken. Daar word je uiteindelijk gewoon minder handig in. 

ChatGPT gebruik ik wel veel. Gewoon om dingen te vragen als ik iets niet weet. Maar ook om te sparren over ideeën. Dan wil ik bijvoorbeeld weten hoe ik iets kan vormgeven of hoe ik ergens geld mee kan verdienen. Ik maak dan eerst zelf een plan. Daarna leg ik het voor aan ChatGPT en dan ga ik ermee ‘praten’: wat denk jij hiervan? Ik vraag ook weleens uitleg over muziek, bijvoorbeeld over harmonie of akkoorden. Maar als ik hem dan vraag om een muziekstuk te schrijven, dan klinkt het nergens naar. Daar zal hij wel steeds beter worden, maar mijn eigen muziek zou ik nooit door AI laten maken. Daar is niks leuks aan.  

Ik denk dat veel dingen die we nu doen uiteindelijk door AI overgenomen kunnen worden. De vraag is dan: wat willen mensen gaan doen? Waar liggen hun interesses? Ik ben bang dat er straks geen markt meer is voor wat mensen het liefste doen. Dat AI makers vervangt en dat er een soort zielloze troep overblijft. AI heeft sowieso geen smaak; het werkt op basis van criteria, zonder intern gevoel. 

Soms lijkt het alsof wij zelf ook steeds meer op AI gaan lijken. Met alle technologie die we hebben, zouden we prachtige gebouwen kunnen maken, maar in plaats daarvan wonen we vaak in standaardhuizen zonder karakter. Of kijk naar Dubai: al die gebouwen zijn opgedrongen aan de omgeving. Oude steden hebben veel meer esthetiek. Oude molens ook, die horen bij de identiteit van Nederland, maar nu zetten we overal windmolens neer. 

Ik maak me ook zorgen over nepbeelden die met AI gemaakt kunnen worden. Daarmee kun je je eigen waarheid creëren. In principe kan iedereen dat doen, maar mensen met macht kunnen het natuurlijk veel effectiever inzetten. Zij kunnen invloed uitoefenen op iedereen die afhankelijk is van die technologie. Overheden censureren nu al bepaalde dingen, vaak met het argument dat ze bijvoorbeeld kinderporno willen tegengaan. Dat gebeurt misschien met goede intenties, maar als je zo’n infrastructuur bouwt dan vraag je om problemen. Je weet niet wie er over twintig jaar aan de macht is. In de geschiedenis is het wel vaker misgegaan.”