Hüseyin – 32 jaar
Woont sinds 5 jaar in Olst
Als je je thuis wilt voelen, is de omgeving essentieel. Ik zie het altijd alsof je woont in een kamertje zonder deur naar de andere kamers. Je kijkt misschien door een raam naar buiten, naar iets onbekends. Maar als je dat raam opent en contact maakt, begint het gevoel van thuis
Mijn weg van het dorp naar de wereld
Mijn verhaal begint in een dorp aan de Zwarte Zee, waar ik opgroeide in een hechte gemeenschap. Mijn grote droom: ooit uitkomen voor Turkije op de Olympische Spelen. Vanaf groep 5 reisde ik vijf keer per week naar de stad voor worsteltraining, drie jaar lang. Ik mocht mee met de lerarenbus—de enige optie toen ik tien was. Soms zat hij vol en moest ik staan, want hij was niet voor leerlingen bedoeld. Training was van vijf tot zeven. Daarna reed geen bus meer naar mijn dorp. Soms nam ik een late bus naar een naburig dorp en liep 2,5 kilometer in het donker naar huis. Dus liep en lifte ik vaak, tussen dorpen, tussen dromen.
Op mijn veertiende kreeg ik een sportbeurs van een privéschool, dertien uur van mijn dorp. Drie jaar lang woonde ik in de dormitory, studeerde en trainde. Slechts één keer ging ik naar huis. Mijn familie was ver weg, en alleen in het weekend soms bereikbaar via de telefoon. Later studeerde ik Bedrijfskunde aan de universiteit. Tegelijkertijd bleef ik actief als worstelaar op internationaal niveau—een traditie die diep in mijn familie geworteld is. Mijn vader en grootvader waren worstelaars—het zat in onze familie en ik volgde hun spoor. Na mijn studie werkte ik korte tijd als worstelcoach bij de overheid.
Leven achterlaten in Turkije
Het was een moeilijke beslissing om mijn leven achter te laten in Turkije. Het was geen makkelijke keuze om Turkije te verlaten, maar ik had geen andere optie. Ik was 22 toen ik mijn land moest verlaten. Door politieke spanningen werd het onveilig om in Turkije te blijven—niet alleen voor mij, maar voor duizenden anderen. Wat er precies gebeurde, blijft verwarrend, maar ik wist dat mijn vrijheid op het spel stond. Zonder afscheid van mijn moeder vertrok ik; haar enige hoop was dat haar kind, ergens ver weg, opnieuw zou leven. In mijn hoofd stond Nederland altijd voor vrede en diversiteit. Daarom koos ik bewust voor dit land—een plek die open leek voor alle culturen en samenlevingen.
Toen ik in Nederland aankwam, woonde ik twee jaar in asielzoekerscentra, in verschillende steden. Zonder verblijfsvergunning mocht ik niet werken of studeren. Maar ik had één doel: de taal leren. Nederlands was moeilijk, vaker uitdagend maar ik wist dat het de sleutel was voor de verbinding. Als je de taal spreekt, gaat er een deur open—naar contact, waardering, en een gevoel van thuis. Ik sprak Engels, maar dat bracht me niet echt dichterbij. Hier is Nederlands de sleutel—zonder die taal blijf je vaker achter een gesloten deur. Door Nederlands te spreken krijg je waardering, kun je makkelijker contact maken en gevoelens delen. Taal opent niet alleen deuren, het opent harten. Als je je echt thuis wil voelen is de taal de sleutel.
Worstelen met het leven
Uiteindelijk heb ik in Olst-Wijhe een huis kunnen vinden. De eerste periode in Nederland was heel anders, en ik moest wennen. Ik had trauma’s die ik moest verwerken, en daar had ik tijd voor nodig. Mensen denken soms dat als je naar een ander land vlucht, het alleen gaat om het leren van de taal. Maar je komt hier met persoonlijke drama’s, verhalen en gedachten. Lichamelijk ben je veilig, maar je gedachten voelen dat nog niet. Alles is onbekend en tijdelijk, en dan is het moeilijk om je echt thuis te voelen.
Inmiddels heb ik een Nederlands paspoort en noem ik me een ‘nieuwe kaaskop’. Het is een les geweest—het leven gaat met vallen en opstaan. Mijn eerste thuis in Turkije heb ik achter moeten laten, maar nu heb ik een nieuw thuis. Ook hier gaat het nog steeds met vallen en opstaan. Maar dat is het leven. Het maakt niet uit waar je bent of waar je vandaan komt, je worstelt altijd wel met iets. Ik heb geleerd hoe je met mensen op de mat kan worstelen, maar in mijn hoofd is het soms nog steeds worstelen.
Open en behulpzaam
Ik heb één broer en twee zussen. Net als mijn ouders wonen zij nog steeds in Turkije. Het is al lang geleden dat we elkaar hebben gezien. Vroeger bouwden we samen met mijn vader en oudste broer aan een huis met drie verdiepingen—voor elk van ons één. Maar ik heb er nooit kunnen wonen.
Soms, als ik bij Bökkers Mölle iets koop en de geur van vers deeg ruik, voel ik me even thuis. Het herinnert me aan vroeger, aan mijn moeder.
De mensen in mijn geboortedorp waren open en behulpzaam—net als hier. Dat heeft me gevormd. Daarom wil ik iets teruggeven. In Nederland hielp ik via een stichting nieuwkomers met educatie: hoe ze een studie konden volgen of hun opleiding konden voortzetten. Mijn eigen ervaring hielp daarbij. Ik was toegelaten tot een masteropleiding aan de Universiteit Groningen, en kon anderen begeleiden vanuit dat perspectief.
Het geeft voldoening om anderen te helpen. In de toekomst wil ik graag een worstelclub beginnen. Maar voor nu richt ik me op mijn fulltime baan in de IT-sector—dat is wat ik nu doe.
De mensen om ons heen
Er zijn veel mensen die me hebben geholpen om me hier thuis te voelen. Ik woonde een half jaar in een gastgezin in Zwolle; zij hebben me veel geleerd over de Nederlandse cultuur en me een plek gegeven waar ik me welkom voelde—Sytse en Marlies. Daarnaast waren hier in Olst buren en vrienden altijd bereid om me te helpen, zoals zoals Raymond, Keimpe, Pascal, Mija en de mensen van VWN en Gemeente.
Hun steun, gezelligheid, maar vooral vriendschap heeft heel erg geholpen om me thuis te voelen. Dat je iemand hebt om dingen mee te bespreken is echt een basis element. Een belangrijk moment voor mij was toen ik voor het eerst deelnam aan een lokale activiteit. Ik kwam met anderen in contact en ervaarde hoe open, vrolijk en vriendelijk de mensen hier zijn.
Geworteld in de grond
Mijn leven in Olst-Wijhe voelt als wortels die langzaam de grond in groeien. Ze zijn nog niet zo diep als ik zou willen, maar ik blijf zoeken naar manieren om me verder te verbinden met deze plek. In het begin voelde ik me soms buitenstaander, ook al deed ik vrijwilligerswerk. Vooral de taal was een grote uitdaging. Het blijft soms lastig om mee te doen aan gesprekken of activiteiten, zeker als je nog niet alles begrijpt. Gelukkig heb ik hier geen vervelende ervaringen gehad, maar ik ben soms voorzichtig in nieuwe situaties. Toch merk ik dat mensen hier open en vriendelijk zijn, en dat helpt. Stap voor stap voel ik me meer thuis.
Hoop voor de toekomst
Voor de toekomst zie ik mezelf hier verder wortelen. Ik woon samen met mijn vrouw, die ook uit Turkije komt—heel toevallig zelfs uit dezelfde regio. We leerden elkaar hier kennen via een vriend. Ze is afgestudeerd als psycholoog in Turkije en werkt nu ook hier. We zijn van plan om in deze omgeving een huis te kopen, omdat we ons hier veilig en gelukkig voelen. Misschien komt er in de toekomst ook wel een baby. Ik hoop dat de openheid en vriendelijkheid van de mensen hier blijft bestaan, zodat nieuwe bewoners zich ook welkom voelen. Als ik kinderen krijg, wil ik dat ze samen opgroeien met de kinderen van anderen—dat is belangrijk voor verbondenheid en diversiteit.
Als je je thuis wilt voelen, is de omgeving essentieel. Ik zie het altijd alsof je woont in een kamertje zonder deur naar de andere kamers. Je kijkt misschien door een raam naar buiten, naar iets onbekends. Maar als je dat raam opent en contact maakt, begint het gevoel van thuis. Dat is wat ik hoop: dat we blijven openen, blijven verbinden. Ik ben ook slechts een reiziger met een ander verhaal. Door ervaring heb ik geleerd: niemand is van goud of brons—wij zijn allemaal uit dezelfde bron gevormd. Iedereen is gelijk.
– Verhaal opgeschreven door Nienke Nijboer –