Auteur: Ingrid Bosman
“Welke vraag kun je nou bedenken met opa en een trekker?!” De Proeftuin duwde leerlingen van De Maat in Ommen, school voor praktijkonderwijs, met zachte hand van de vertrouwde maakmodus naar hun verbeeldingskracht. Het resultaat: een eigen videoclip, gebaseerd op een hit van hun favoriete band Bökkers. Met dank aan opa en de trekker.
“Jullie zijn de baas”, gooit Richard Wevers een beetje peptalk in de strijd tegen de maandagochtendblues. Er wordt gegeeuwd; iemand neemt nog snel even een hap van een pizzabroodje. Docent en mentor Henriëtte Karssing straalt geduld uit. “Even de aanknop vinden nog.” Er zitten zeven leerlingen in de bankjes, vier jongens aan de ene en drie meisjes aan de andere kant. Een enkeling ontbreekt om nog onduidelijke redenen; anderen zijn ziekgemeld of hebben vandaag een alternatief programma zoals een stage. “Ik mis jullie als jullie er niet zijn”, zegt Henriëtte. “Het voordeel is: nu hebben jullie extra veel invloed.”
Iets geks doen
“Het allerleukst”, had Richard Wevers vooraf gezegd, “vind ik het idee van
let’s go dat hierachter zit. We gaan iets geks doen en weten niet waar het heen gaat.” Van huis uit saxofonist werkt hij ook in de evenementenorganisatie en faciliteert hij jamsessies. Dit is de eerste Proeftuin die hij begeleidt. “Stiekem hoop ik dat het een beetje met muziek te maken zal heb ben, maar vooral hoop ik dat ze een beetje out of the box gaan denken.” In
de vorige (en eerste) les vroeg hij ze naar hun favoriete muziek. “Veel top 100, boerenrock, dat soort dingen.” Als jazzliefhebber liet hij ze wat van Snarky Puppy horen. Lachend: “Vonden ze maar raar. Dat vind ik al mooi.”
Vandaag moet de onderzoeksvraag boven water komen, kondigt hij in de klas aan. “Vorige week hebben jullie nagedacht over wat jullie belangrijk vinden, waar jullie interesses liggen, waar je meer over wilt weten. Daar gaan we nu mee verder werken.” Het gereedschap is een ‘woordhapper’, gevouwen van papier, waarin de leerlingen hun drijfveren opschrijven. Het zijn antwoorden op acht vragen, variërend van ‘waar droom je van’ en ‘wie of wat is je dierbaar’ tot ‘als ik de baas van de wereld was dan…’ In drie groepjes moeten ze met het happertje de antwoorden willekeurig zien te combineren tot een nieuwe vraag.
Grote vraagtekens
“Nu lijkt de uitkomst misschien nog een beetje gek, maar probeer er verder op te denken”, spoort Richard ze aan. “Bijvoorbeeld: je favoriete auto en iets maken. Kun je met een BMW iets maken?” Boven de hoofden hangen grote vraagtekens. Richard toont begrip: “Dit is zelfonderzoek. Dat is best veel voor een maandagochtend. Milan zucht: “Ik weet niet waar ik beter in wil worden.” Gerwin: “Luisteren naar je moeder?” Zijn ironie gaat over in sarcasme. “Het gaat super hier. Echt machtig mooi.” Twee van zijn dierbaren laten zich maar moeilijk tot een onderzoeksthema verenigen, merkt hij. “Welke vraag kun je nou
bedenken met opa en trekker?!”
Richard en Henriëtte pendelen tussen de tafeltjes om het creatieve denken aan te jagen. Geleidelijk aan doemen er dan toch vragen op, en ze liggen bepaald niet voor de hand. Hoe kun je met metaal dansen? Hebben we humor in de oorlog? Het werkt aanstekelijk. Milan: “Kun je met een maaier graffiti maken?” Yannick: “Of met graffiti een BMW?” Ferhad: “Zit er muziek in het geluid van een auto?” Fabienne: “Hoe werkt het achter de schermen bij een piratenfestijn? “Richard: “Ik word wel enthousiast.”
Keet met piano
Gerwin heeft opa en de trekker geparkeerd en is er ook uit: “Kunnen we op school een keet bouwen met een band erin?” Of er dan een band op school moet komen, wil de docent weten. Gerwin: “Nee, we maken een eigen band van school!” Met welke instrumenten, informeert Henriëtte. Gerwin, aarzelend: “Een piano?” De docent: “Dus in jouw keet komt een
piano?”
Richard laat de leerlingen nu in twee groepen verder broeden op alle spontane ideeën, om de onderzoeksvraag aan te scherpen. Of, in zijn woorden: “Nog vetter te maken.” Hij dringt erop aan de vraag ook te testen. “Past het bij mij? Word ik er enthousiast van? En heb ik er nu niet direct een antwoord op? Want anders is het geen goede onderzoeksvraag.” Van de brainstormvellen met wolkjes en tekstballonnetjes wordt amper gebruik gemaakt. Lynn mokt omdat ze van haar piratengroepje moest verhuizen naar de autofans. Richard suggereert aanknopingspunten te zoeken: “Misschien muziek maken met een auto en dat dan op een piratenfestijn laten horen?” Gerwin, op dreef nu: “Of kun je piratenmuziek
maken met een auto?”
Piratenschip
De piratenliefhebbers schakelen meteen over op de uitvoering. In rap tempo wordt opgesomd wat je nodig hebt voor een piratenfestijn, van een tent tot een lichtshow. Iemand begint al een piratenschip te ontwerpen.
De voorlopige balans: twee vragen. Kun je met verschillende auto’s en andere voertuigen muziek maken? En dat dan filmen? Gevraagd naar het waarom reageert het groepje: “Iets doen met de klas. Een ervaring.” De andere groep wil onderzoeken of je met een piratenschip kunt meedoen aan de carnavalsoptocht. “Omdat je daar meer zelfvertrouwen door krijgt en je leert hoe je een schip moet maken.”
Richard kondigt aan dat ze deze vragen volgende keer gaan terugbrengen tot de kern. Na een presentatie wordt er dan gestemd. “Denk er de komende week zelf ook nog verder over na!”, sluit hij af. Docent Henriëtte Karssing stelt in het lege lokaal vast dat de comfortzone voor de leerlingen blijft lokken. “Iets maken is voor hen veilig en vertrouwd.”
Een maandag later blikt Richard kort terug. Behalve het piratenproject en de auto’s met muziek is ook Gerwins vraag over de schoolkeet met huis band weer terug op de rol. “Denk goed na wat je precies wilt onderzoeken en ook hoe. Ik wil tips van jullie. Straks gaan we presenteren en stemmen. Het kan nog steeds van alles zijn.”
Dat blijkt. Elize en Tessa, de vorige keer afwezig, vragen of ze ook nog een vraag mogen opwerpen. Natuurlijk willen ze die dan ook presenteren, melden ze met bravoure. Ze hebben al voorwerk gedaan, maken ze Richard duidelijk wanneer die ze nog wil bijpraten over de woordhapper. “Hoe werkt het achter de schermen bij de tv-serie Woeste Grond en/of de band Bökkers?” “Dat is wel heel breed”, reageert Richard. “Maak het wat specifieker.” De meiden praten samen verder. “Hoe bedenken ze de liedjes?” En: “Welke trekker rijdt hij?”, doelend op de Bökkers-frontman, die als boer de hoofdrol speelt in plattelandssoap Woeste Grond.
Annie uut de bochte
Aan de piratenzijde wordt nu het idee gewogen om zelf een plaat op te nemen. Elize en Tessa, op een idee gebracht, vragen of ze een Bökkers-liedje mogen horen ter inspiratie. ‘Annie uut de bochte!’ roept iemand. Terwijl Richard de videoclip van YouTube op het digibord probeert te krijgen vraagt de docent of het dan een band moet worden. Nee, klinkt het, maar wel een liedje van de klas. Henriëtte: “Dan kan ik zeggen dat ik ook nog eens met een piratenlied heb meegedaan. O, is Bökkers geen piraat?” Iemand vraagt Ferhad of hij Bökkers kent. “Nee”, reageert hij ferm. “En het boeit me eerlijk gezegd ook niet.”
Als de videoclip is afgelopen doet Richard nog een poging om thema’s aan elkaar te knopen. “In de clip zitten ook brommers en motoren. Misschien kunnen we iets combineren?” Elize presenteert kort de Bökkers-vraag: “We vinden deze muziek heel leuk. We zijn benieuwd hoe het werkt, met de instrumenten en zo. En of we met hun een liedje kunnen maken.” Het autogroepje wil pertinent niet presenteren. Richard Wevers: “Dan gaan we dat niet doen.”
Liedje of videoclip
Voordat de keet van Gerwin aan de orde kan komen gaat het gesprek weer richting Bökkers, waar ongeveer iedereen enthousiast over is. De aandacht verschuift van de muziek naar
de beelden. Richard: “Een videoclip is iets heel anders dan een liedje maken.” Henriëtte was even weggeroepen en reageert bij terugkeer verbaasd. “Videoclip?” Richard probeert de vraag scherper te krijgen. Hij legt uit dat er voor een clip een script nodig is, een locatie, een regisseur. “Die is de baas en bepaalt hoe er wordt gespeeld en wat er in beeld komt.” Elize roept dat zij dan wel wil regisseren.
Richard concludeert dat de vraag zich toespitst op een video clip. En wat zou het autogroepje daarbij dan willen doen? Ferhad wil wel filmen, Gerwin ziet zich wel acteren, Yannick kan misschien de productie doen. “Allerlei dingen regelen”, legt Richard uit. Milan, vanaf de piratenkant: “En wie gaat er dan op de trekker? Het moet een oude zijn, en er moet een meisje op.” Niemand vraagt waarom.
Stukken beter
Niemand wil ook nog pitchen, laat staan stemmen. Henriëtte wil weten waarom de andere vragen in haar afwezigheid niet zijn gepresenteerd. Gerwin, vlug: “Dit is stukken beter!” Er klinkt algemene instemming. Richard formuleert de vraag: ‘Kunnen we een videoclip maken, geïnspireerd op Annie uut de bochte van Bökkers?’ Hij kondigt workshops aan, om te leren acteren, filmen, regisseren, setdressen. En een draaidag voor de opnames, natuurlijk. Henriëtte: “Moet er nog iets van een brommer komen?” Een Tomos, wordt er geroepen, “net als bij Bökkers.”
– Henriëtte Karssing, docent De Maat
Opluchting en enthousiasme
Na de les bekent Richard dat hij wel even twijfelde, of hij het format moest loslaten. Elize en Tessa hoefden immers niet te brainstormen met een happertje, en van stemmen kwam het
evenmin. Kreeg de groepsdynamiek hier niet de overhand? “Ze hebben er allemaal gevoel bij en dat weegt het zwaarst. Bovendien heb ik ze vorige week wel een soort proef-presentatie laten doen.”
Net als Richard bespeurde ook docent Henriëtte eerder opluchting dan teleurstelling bij de beide andere groepjes. Maar waren die blij met een beter idee, of omdat ze zich niet aan het oordeel van de anderen hoefden bloot te stellen? De docent benadrukt hoe lastig dit soort vragen is voor deze leerlingen, die vooral praktisch zijn ingesteld. Maar een Proeftuin is toch juist bedoeld om ze meer aan te zetten tot nadenken en onderzoeken van het onbekende? Ze laat merken alle vertrouwen te hebben in haar klas en een goede afloop. “Bij de uitvoering zul je eens wat zien.”
Op de dag van de opnames is de opa van Gerwin als eerste ter plekke. Om de oldtimer-trekker te brengen, die Gerwin en zijn vader net hebben opgeknapt. De brandweerrode ‘International’ staat fier naast de ‘Steyr Super 760’-trekker in dezelfde kleur, van de vader van Yannick. Die heeft het erf in de buurtschap Stegeren gastvrij beschikbaar gesteld als film locatie. Gerwins grootvader is alweer vertrokken wanneer professioneel filmer Sam Golbach en stagiairs Lex Oolbekkink en Sinne Hagendijk hun materiaal uitladen. Ze overleggen waar de ‘band’ moet komen te staan. In de originele clip is dat een bosrand. Nu laat Golbach het oog vallen op een plek naast mest en persvoer, dampend in de vrieskou. “We hebben geen rookmachine nodig vandaag.”
Achter de schermen
Terwijl drumstel en gitaren worden aangedragen zoekt Richard een leer ling die kan filmen wat er achter de schermen gebeurt. Twan, die de voor bereiding grotendeels heeft gemist, neemt het kekke handcameraatje over. “Ik heb toch niks te doen.” Elize is gearriveerd met een kobaltblauwe Tomos Quadro Original. Zelf opgeknapt, vertelt ze. Regisseur Michael
Samboe – samen met Golbach ook betrokken bij de workshops – draagt zijn directorsmonitor over aan Yaell, die met Ferhad aan de filmcrew is toegevoegd. Nu kunnen ze samen bekijken hoe de beelden er in de video uit komen te zien. “Het gaat gebeuren jongens!”, roept iemand.
De sfeer is opgewonden en een beetje nerveus tegelijk. “Naar welke camera moeten we kijken?”, vraagt Gerwin met zijn gitaar om de nek. “Er zijn er zoveel!” De zes bandleden, in roze en blauwe overalls, staan er in de eerste takes nog verlegen en licht houterig bij. De gitaarhalzen hangen naar beneden, Elize beweegt de drumsticks onwennig. Fabienne, Tessa en Fenne tippen de jongens wel om hun rechterbeen naar voren te zetten, waardoor het er meteen een stuk actiever uitziet. Sowieso valt op dat jongens en meisjes schijnbaar zonder ongemak met elkaar omgaan.
Heel mooie shots
Richard zou, zegt hij, “de leerlingen nog meer willen meenemen men in het proces. Maar het ene moment haal je ze erbij, en het volgende moment staan ze dan weer in beeld. Dus dat is lastig.” Er worden weinig vragen gesteld, maar de scholieren tonen zich voor en achter de schermen wel betrokken bij wat er op de set gebeurt. Fenne, na een blik op de directorsmonitor: “Het zijn echt heel mooie shots! Ze hebben ook supergoede camera’s.”
Bij het filmen van Elize op haar brommer – zoals Annie in de originele videoclip – vraagt Fabienne bezorgd: “Komt dit shot wel goed? We zouden dit toch met meer brommers doen?” Later blijkt de schakelbrommer die via Facebook is georganiseerd met 125 cc meer een motor te zijn. Bij een test kukelt Fabienne in de berm. Docent Henriëtte: “Dit gaan we niet doen.”
Teleurgesteld
Bij de make up-tafel is Lieke een beetje teleurgesteld, omdat ze bang is dat haar rol in het water valt. Lynn draagt het enige politiepakje dat de feestartikelenwinkel op voorraad had, terwijl Lieke had gehoopt de scènes samen met haar vriendin te kunnen doen. Docent Henriëtte loopt even weg bij de catering om haar moed in te spreken. “Dit gaat bij echte opnames ook vaak zo.” Het kostuum zal beurtelings gedragen moeten worden. Met
die oplossing is Lieke weer helemaal happy.
De politievrouwen moeten Elize op haar brommer staande houden. Lynn doet de snelheidscontrole, Lieke de aanhouding. Regisseur Michael: “Jullie zijn een beetje amateuristische agenten. Je kijkt bijvoorbeeld heel verbaasd naar de portofoon wanneer
daar geluid uit komt.”
Het heeft Richard, vertelde hij eerder, tijdens de workhops heel wat praten gekost om deze scènes in het script te fietsen. De leerlingen wilden niet van een extra verhaallijntje weten, laat staan van agenten, omdat die in de Bökkers-clip ook nergens zijn te bekennen. “Iemand zei zeker te weten dat Hendrik-Jan Bökkers dit nooit goed zou vinden, ha, ha.” Hij hield vol, “omdat ik per se wilde dat ze ook zouden nadenken over het script, zodat het geen kopie zou worden.”
Elke take vieren
Met gezag een knullige agent neerzetten valt niet mee, merken Lieke en Lynn. ‘Cut!’ roept regisseur Samboe. “Je kijkt nu naar je klasgenoten, maar je moet doen alsof er niemand is.” Even later kan iedereen naar de catering voor de lunch, die op school is voorbereid. Silvio hielp het menu kiezen. Filmer Golbach is tevreden. “Mooi ook hoe ze elke take vieren”, zegt hij bij de gehaktballen en tosti’s.
Tegen de trekkers, die in de Bökkers-clip ook ontbreken, had niemand bezwaar. En dus brengt de vader van Milan een derde klassieker, een B275 Mc. Cormick, eveneens in het rood. Richard: “Daar kunnen we een mooie optocht van maken.” Twan doet Richard een suggestie voor een extra shot, waarin de bandleden over de weg in de zon komen aanlopen. Heeft Twan er kijk op? “Mwah”, zegt hij eerst schouderophalend. Dan: “Ik heb zelf ook wel YouTube-filmpjes gemaakt. Ik heb een tijdje thuisgezeten, omdat het niet goed ging op school, toen heb ik me erin verdiept. Nu gaat het met mij weer prima.”
– Richard Wevers, hovenier
Op de weg langs het erf staat iedereen klaar voor de volgende scène. Milan ziet het ideale plaatje dat hij eerder in de klas schetste werkelijkheid worden: op elke trekker zitten twee bandleden in een blauwe én roze overall. Elize wacht met haar brommer. Vooraan staat de bus met cameraploeg en regieteam, onder wie ook Yaell en Ferhad. De stoet zet zich in
beweging, de camera in de bus loopt. Ferhad moet Elize op haar brommer door de open achterportieren een stopteken geven. “Het hoogtepunt van de dag”, zal hij later zeggen; mooier dan het moment dat hij zelf de camera mocht vasthouden.
Onwillige Tomos
Rond drie uur begint het al licht te schemeren. Voor het B-roll materiaal, de aanvullende sfeerbeelden, moet het starten van de brommer worden gefilmd. Golbach laat belichting aanslepen. Elize krijgt de Tomos niet meteen aan de praat. “Benzinekraantje?”, zegt iemand. Lynn kijkt klappertandend toe. Wat is de leerlingen vandaag vooral opgevallen? “Sowieso
dat het veel leuker was dan gedacht”, zegt Fenne meteen, met bijval van de andere meiden. En, zeggen ze, dat het zo vaak opnieuw moest. Fabienne: “Dit wordt zeker niet mijn werk later. Laat mij maar tussen de koeien staan.”
Regisseur Michael sluit af, in het jargon dat op een filmset doorgaans direct wordt begrepen. “It’s a wrap!” Gerwin: “Wablief?” Richard bedankt, complimenteert, vraagt applaus. “Voor jezelf en de crew.” Hij deelt de kaarten uit die hij heeft geregeld voor het concert van Bökkers in Dalfsen, inclusief een fotomomentje met de band. Docent Henriëtte Karssing is trots. “Vaak moet er veel uit mij komen. Nu hebben ze bijna alles zelf geregeld. Ze zijn echt boven zichzelf uitgestegen.”
Wat de docent dan wel weer heeft georganiseerd: dat de videoclip een officiële première krijgt in de theaterzaal van De Carrousel in Ommen. Die stroomt op de laatste donderdag voor de kerstvakantie vol met familie leden, bekenden en medeleerlingen. Ook weekblad Vechtdal Centraal en omroep Vechtdal TV zijn erbij. In de zaal reageert de moeder van Twan blij verrast als ze hoort dat de ‘behind the scenes’-compilatie die ondertussen over het scherm rolt, door haar zoon is geschoten. “Hij had zelf het idee dat hij maar weinig had gedaan.”
Henriëtte roept de ‘Bökkers Band’ op het podium, en daar verschijnt het zevental, in hun roze en blauwe overalls en op klompen. De clip zelf wordt met luid applaus en gejuich ontvangen. Op de aftiteling staan alle leerlingen met naam genoemd.
Openingsscène
Na afloop wordt er in de school nagepraat. Yannick, Gerwin en Milan viel op dat het starten van de brommer van een extraatje was gepromoveerd tot de openingsscène. Dat het vaak opnieuw moest was er niet aan af te zien, zeggen ze goedkeurend. “Het ging nu heel mooi”. Dat gold ook voor het moment dat Milan de Mc. Cormick startte, vindt Gerwin. “Jammer dat
er geen rook uitkwam.”
Meer verbonden
Elize (‘superleuk dat mevrouw Karssing dit voor ons heeft gedaan’) vond het geregel misschien nog wel spannender dan het acteren. “Ik was bang dat het met de brommer niet zou lukken. En ik moest ook het drumstel regelen, en het vervoer”. Wat was leuker, het concert van Bökkers of het maken van de clip? “Ik vond beide heel leuk”, zegt ze. Ze was minder cameraschuw dan ze had gedacht. “Op beeld staan vind ik lang niet altijd fijn. Maar nu wel!” Vriendin Tessa denkt dat ze voortaan ook anders gaat kijken naar videoclips. Met een brede lach: “Ik weet nu hoeveel werk het is.”
De leerlingen zijn door deze Proeftuin gegroeid, stelt hun mentor vast. “Ook als klas. Ze zijn veel meer verbonden. Ze hebben dit helemaal samen gedaan.”