“Zo, vertel eens wat over je leven”.

Rijnbrink onderzoekt hoe jongeren mentale druk ervaren en wat nieuwe technologie met hen doet in de nieuwe onderzoekslijn Jongeren IN BEELD. In deze onderzoekslijn werken we volgens principes van de ‘Jongeren over…’-methode, ontwikkeld door docent/onderzoeker en projectleider van ‘Jongeren over’ Anne-Dreke Deddens. Lees het artikel ‘Zo, vertel eens wat over je leven’, geschreven door filosoof Lianne Tijhaar. Beiden zijn betrokken als onderzoeker bij deze onderzoekslijn.

Met een TikTok-filmpje houden jongeren de hulpverlening een pijnlijke spiegel voor.

In het jongerencentrum van De Stuw in Hardenberg staan vijf jongeren dicht bij elkaar in de keuken. “Ze hebben zich verstopt”, zegt Anne-Dreke als ik binnenkom in de grote ruimte met pooltafel, een bar, banken en muren bedekt met graffiti. Over een half uur zullen er zo’n vijftien volwassenen binnenlopen: leerkrachten, hulpverleners, gemeentewerkers. Ze zijn hier op uitnodiging van de jongeren. Om te luisteren naar hun ideeën. En nu dat moment nadert, loopt de spanning even op.

Ik ben bij de tweede bijeenkomst van Jongeren over mentale gezondheid. In de eerste sessie onderzochten de jongeren onderling een zelfgekozen thema dat ze aan het hart ging. In dit geval: mentale gezondheid. Daarover maakten ze samen een kort TikTok-achtig filmpje. In snelle sketches laten ze zien hoe gesprekken met hulpverleners soms verlopen: een volwassene die opent met “Zo, vertel eens wat over je leven”, of die tijdens een kwetsbaar verhaal driftig begint te typen. Daarna volgt een tweede versie, waarin het anders gaat: zo zouden jongeren het graag willen.

Als alle professionals binnen zijn, en rustig met elkaar kennismaken met een kop koffie of thee, komen de jongeren de keuken uit. Met support van jongerenwerkers Fenanda Pullen en Anne-Dreke vragen ze de volwassenen om plaats te nemen, waarna ze zichzelf introduceren en hun filmpje laten zien. Ze zijn opgelucht dat ze vooraf iets hebben gemaakt. Daardoor hoeven ze niet meteen zelf het woord te nemen. Want hoewel het de bedoeling is dat jongeren de leiding nemen, zijn ze dat nog helemaal niet gewend. Meestal bepalen anderen hoe het gesprek over jongeren verloopt.

Na het filmpje splitst de groep zich op over drie tafels. Ik beland aan een hoge houten tafel met twee jongeren, een GGZ-therapeut, een docent, twee medewerkers van SamenDoen Hardenberg, een student Social Work van Hogeschool VIAA en een jongerenwerker. De jongeren hebben vooraf gesprekskaartjes gemaakt om het gesprek te leiden.

Wat maakt het moeilijk om te zeggen dat het niet goed met je gaat? staat op een van de kaartjes. “Ik zit liever niet in een wit kantoortje met twee stoelen,” zegt een van de jongeren. Toch is dat wel de plek waar gesprekken vaak plaatsvinden als het even niet zo goed gaat. Liever maakt ze een wandeling met haar ‘buitentherapeut’. “Dan hoef je elkaar niet steeds aan te kijken.”

Oprechte interesse

Het gesprek verloopt gelijkwaardig. Er is veel aandacht voor elkaars verhaal. “Soms zit je klem als hulpverlener”, zegt een van de deelnemers. Ze begrijpt dat jongeren tijdens een kennismakingsgesprek niet meteen alles willen delen, maar haar bestuurder wil juist dat ze beoordeelt of hulpverlening écht nodig is. “In een eerste gesprek moeten we alles uitvragen om dat te kunnen verantwoorden. We móéten het al over dat gevoelige stuk hebben.” Ze kijkt de jongeren aan. “Mijn vraag aan jullie: hoe doen we dat goed?”

Daar hebben de jongeren ook geen pasklaar antwoord op. “Het gaat vooral om de manier waarop het overgebracht wordt”, antwoordt een van hen. De jongeren vragen om een houding van oprechte interesse.

Als gevraagd wordt bij wie ze wél aankloppen, wijzen de jongeren tegelijk naar rechts. Fenanda, jongerenwerker bij De Stuw, schrikt even als iedereen naar haar kijkt. Wat maakt haar zo benaderbaar? “Fenanda luistert”, zegt een van de jongeren. “En ze vraagt of je het erover wilt hebben. En als je dat niet wilt, is dat ook oké.” Fenanda is vaak te vinden in ‘De Huiskamer’, een ruimte op school waar jongeren in pauzes en tussenuren kunnen gamen, praten of zwijgen. Als de jongeren iets vertellen, wordt dat niet meteen vastgelegd op formulieren of computers.

De jongeren praten ook over stress die volwassenen niet altijd zien. Angst voor screenshots wordt genoemd. “Er zijn trucjes waardoor je niet ziet dat iemand er een maakt. Als je iets slechts zegt over een ander, kan dat je echt kapot maken.” Of de verplichte GGD-vragenlijst op school: “We wisten niet wie de antwoorden zou zien.” Een jongere vertelt dat haar moeder werd gebeld. “Ik wist niet dat dat zou gebeuren. En toen ze vertelde dat school had gebeld, wist ik niet wat ze haar hadden verteld.”

‘We werden serieus genomen’

Aan het eind van het gesprek formuleert de groep actiepunten. Dat is nog best lastig. Toch volgt snel een concrete uitnodiging: de medewerker van de gemeente Hardenberg vraagt of de jongeren willen meedenken over preventief beleid rond mentale gezondheid. De jongeren reageren enthousiast. Dat willen ze. Nummers worden uitgewisseld.

Maar de grootste winst zat misschien wel in het gesprek. Na afloop zegt een van de jongeren: “Ik had het gevoel dat we echt serieus werden genomen.” Er heerst een gevoel van opluchting. “Ik vind het lastig om de aandacht te krijgen en als iedereen naar je kijkt”, zegt een jongere. De ander: “Ik zat helemaal te trillen. Ik dacht: wat gaan ze vragen, wat ga ik zeggen? Maar het was een heel goed gesprek.”

Initiatiefnemer Anne-Dreke, die ‘Jongeren over…’ eerder in Zwolle ontwikkelde, onderzoekt nu samen met Rijnbrink en Hogeschool VIAA of de methode ook werkt in Hardenberg. “Dit is waarom ik dit werk doe,” zegt ze. “Er gebeurt iets als het verhaal van jongeren centraal komt te staan.”

Dat gebeurt nu nog te weinig, meent ze. „Het perspectief van jongeren wordt snel van tafel geschoven. Ze zijn vaak respondent, geen participant.” Door eerst alleen met jongeren samen te komen, verandert dat. Ze ontdekken dat ze niet de enigen zijn. Dat hun ervaringen ertoe doen. Eigenaarschap en gelijkwaardigheid zijn cruciaal, vindt Anne-Dreke: “Professionals hebben altijd meer macht. Wie wil co-creëren, moet eerst werken aan het versterken van degenen met minder macht.”

Als je jongeren gelijkwaardig wil laten participeren, dan kan dat het beste via cultuurparticipatie, meent Anne-Dreke. “Jongeren zijn makers,” zegt ze. “Ze hebben minder maatschappelijk aanzien, maar in digitale cultuur lopen ze voorop. Zo’n TikTok-achtig filmpje? Dat is hun taal. Het is de manier waarop jongeren hun stem kunnen laten horen. Daarnaast slaat het ook aan bij de hulpverleners. Voor mij is dat een bewijs dat cultuurparticipatie werkt.”

Op de hoogte blijven van de onderzoekslijn Jongeren IN BEELD? Meld je aan voor de UPDATE >

 

Lees meer over Jongeren IN BEELD >