Daphne (17) “Ook als ik zelf schrijf, denk ik: denkt mijn docent niet dat dit AI is?”

“In groep 8 kreeg ik een smartphone. Het was in coronatijd. Ik kon niet met mijn vrienden en klasgenoten afspreken, dus daarom heb ik hem gekregen. Mijn zusje kreeg hem toen ook. Die zat in groep 7. Ik vind het wel fijn dat ik nu mensen kan bereiken als ik dat wil.  

Nu zit ik op de PABO. Daar kun je niet zonder technologie. Iedereen gebruikt een programma waar alles in staat: alle vakken, presentaties en opdrachten. Als je een vraag stelt in de klas, dan zeggen docenten steeds vaker: kijk maar op Brightspace. Het voelt soms alsof ze zich er zo wel erg makkelijk vanaf maken. 

Ik gebruik AI om beter te leren schrijven, en dat vind ik heel handig. Maar ook als ik iets zelf schrijf, denk ik: gaat mijn docent niet denken dat dit AI is? Want als mijn docent dat denkt, hoe kan ik bewijzen dat het niet zo is? Het komt gewoon uit mijn hoofd. Ik gebruik best goede woorden, ook uit bronnen. Maar als een docent twijfelt, moet je alles gaan uitleggen. 

Op TikTok zie je heel veel AI-filmpjes. Dat vind ik echt verschrikkelijk. Soms krijgen ze 300.000 likes, terwijl het overduidelijk nep is. Waarom liken mensen dat? Er zit geen echte gedachte achter. Ik denk wel dat jongeren dat sneller zien. Mijn moeder liet laatst een filmpje zien. Ik zeg: mam, maar dit is echt duidelijk AI. ‘Echt waar? Is het AI?’ Ik zeg: mam, kijk nog een keer heel goed. ‘Nee, ik kan dat echt niet zien hoor.’ En dan kan ik wel zeggen van: hoe kun je dat niet zien? Maar ik snap het wel. 

Ik zit zelf vooral op Snapchat. Met een vriendin heb ik al meer dan duizend dagen een streak: we sturen elkaar dus al duizend dagen elke dag een foto. Dan denk ik wel: die moet niet weggaan. Dat moet je verdedigen. Ik vind dat op zich niet erg, want ik snap haar toch wel, maar als zij het niet opent, denk ik wel: stuur nou even een snap, anders gaat het weg. 

*Daphne pakt haar telefoon erbij* Kijk, dit is dus een zandlopertje wat erachter staat. Dat betekent dus dat het streakje bijna weggaat. Dus als ik nu een snap stuur naar die mensen met een… Wacht, ik ga dat nu even meteen allemaal doen, want anders… Het zijn er heel veel. Wacht even. Ik heb vandaag op school gezeten, en dan antwoord ik niet. Ik stuur nu gewoon een random foto. Kijk, en nu zijn dus die zandlopers allemaal weg. Ja, het is echt… het slaat eigenlijk nergens op. Maar je wil die zandlopers weg hebben.  

Ik denk dat het zelfbeeld van veel jongeren lager wordt door social media. Het is zo makkelijk om een filter over je foto’s te gooien. Als iedereen dat doet, dan wordt het lastiger om iets zonder filter te posten. Ik denk dat veel mensen daar wel onzeker van worden. Al heb ik er zelf niet zoveel last van. Theater helpt echt om schijt te hebben. Ik ging er in eerste instantie op om zelfverzekerd te worden. Dat heeft sowieso geholpen. Je staat daar op een podium en dan moet je ineens een oude oma nadoen – ja, dan moet je echt wel door een schaamtedrempel heen.”