Onderzoekslijn Jongeren IN BEELD doen we samen met Daphne, Jennifer, Merel en Sander, jongeren uit Overijssel.
De Beeldvormers zijn makers en mede-onderzoekers. Vanaf het begin hebben zij een prominente rol in het onderzoekslijn Jongeren IN BEELD en bepalen zij mee hoe hun eigen uitdagingen worden onderzocht en verbeeld.
Daphne, Jennifer, Merel en Sander stellen zich graag aan je voor en vertellen hoe technologie hun dagelijks leven beïnvloedt.
Van Snapchat-streaks tot ChatGPT-advies: technologie zit in elke laag van het leven van jongeren. Wat betekent dat voor hoe ze denken en met elkaar omgaan? Vijf jongeren vertellen hoe technologie hun dagelijks leven beïnvloedt.
“In groep 8 kreeg ik een smartphone. Het was in coronatijd. Ik kon niet met mijn vrienden en klasgenoten afspreken, dus daarom heb ik hem gekregen. Mijn zusje kreeg hem toen ook. Die zat in groep 7. Ik vind het wel fijn dat ik nu mensen kan bereiken als ik dat wil.
Nu zit ik op de PABO. Daar kun je niet zonder technologie. Iedereen gebruikt een programma waar alles in staat: alle vakken, presentaties en opdrachten. Als je een vraag stelt in de klas, dan zeggen docenten steeds vaker: kijk maar op Brightspace. Het voelt soms alsof ze zich er zo wel erg makkelijk vanaf maken.
Ik gebruik AI om beter te leren schrijven, en dat vind ik heel handig. Maar ook als ik iets zelf schrijf, denk ik: gaat mijn docent niet denken dat dit AI is? Want als mijn docent dat denkt, hoe kan ik bewijzen dat het niet zo is? Het komt gewoon uit mijn hoofd. Ik gebruik best goede woorden, ook uit bronnen. Maar als een docent twijfelt, moet je alles gaan uitleggen.
Op TikTok zie je heel veel AI-filmpjes. Dat vind ik echt verschrikkelijk. Soms krijgen ze 300.000 likes, terwijl het overduidelijk nep is. Waarom liken mensen dat? Er zit geen echte gedachte achter. Ik denk wel dat jongeren dat sneller zien. Mijn moeder liet laatst een filmpje zien. Ik zeg: mam, maar dit is echt duidelijk AI. ‘Echt waar? Is het AI?’ Ik zeg: mam, kijk nog een keer heel goed. ‘Nee, ik kan dat echt niet zien hoor.’ En dan kan ik wel zeggen van: hoe kun je dat niet zien? Maar ik snap het wel.
Ik zit zelf vooral op Snapchat. Met een vriendin heb ik al meer dan duizend dagen een streak: we sturen elkaar dus al duizend dagen elke dag een foto. Dan denk ik wel: die moet niet weggaan. Dat moet je verdedigen. Ik vind dat op zich niet erg, want ik snap haar toch wel, maar als zij het niet opent, denk ik wel: stuur nou even een snap, anders gaat het weg.
*Daphne pakt haar telefoon erbij* Kijk, dit is dus een zandlopertje wat erachter staat. Dat betekent dus dat het streakje bijna weggaat. Dus als ik nu een snap stuur naar die mensen met een… Wacht, ik ga dat nu even meteen allemaal doen, want anders… Het zijn er heel veel. Wacht even. Ik heb vandaag op school gezeten, en dan antwoord ik niet. Ik stuur nu gewoon een random foto. Kijk, en nu zijn dus die zandlopers allemaal weg. Ja, het is echt… het slaat eigenlijk nergens op. Maar je wil die zandlopers weg hebben.
Ik denk dat het zelfbeeld van veel jongeren lager wordt door social media. Het is zo makkelijk om een filter over je foto’s te gooien. Als iedereen dat doet, dan wordt het lastiger om iets zonder filter te posten. Ik denk dat veel mensen daar wel onzeker van worden. Al heb ik er zelf niet zoveel last van. Theater helpt echt om schijt te hebben. Ik ging er in eerste instantie op om zelfverzekerd te worden. Dat heeft sowieso geholpen. Je staat daar op een podium en dan moet je ineens een oude oma nadoen – ja, dan moet je echt wel door een schaamtedrempel heen.”
“Technologie is een heel groot ding in mijn leven. Op school doen we alles op de laptop; we gebruiken heel weinig boeken. Afspreken met vrienden doen we ook op de telefoon. Ik gebruik veel TikTok en Whatsapp. En spelletjes. Als je op school zit en je hebt niks te doen, ga je spelletjes spelen. Block Blast bijvoorbeeld.
In de pauze ga ik naar een lokaal. Daar zit ik met twee of drie vrienden, omdat ik niet tegen de drukte kan. We hebben een grote aula en het is daar heel druk. Ik heb ook een extra mentor waarmee ik gesprekken voer, omdat ik veel gepest werd vorig jaar. Dat is ook een van de redenen waarom ik in het lokaal zit.
Het is erg heftig geweest. Mensen gingen naar mijn huis. Mij achtervolgen en uitschelden. In klas 1 begon het ook op TikTok. Daar kreeg ik heel veel haatcomments. Dat ik lelijk was. Ik was gewoon aan het lipsyncen. Dat doet iedereen.
Ik denk dat het komt omdat ik anders ben. In klas 1 heb ik tegen mezelf gezegd: ik ga gewoon mezelf laten zien. Als ze mij niet mogen, dan mogen ze mij niet. Ik ben ervoor uitgekomen dat ik lesbisch ben. Ik kleedde me alternatief. Toen scholden ze me uit voor emo. Ze vroegen: snijd je jezelf? Ik heb mijn TikTok verwijderd en een nieuw account aangemaakt. Toen stopte het.
Ik denk niet dat ik nog zonder technologie kan. Muziek is mijn leven. Ik word wakker met muziek en ik ga ermee slapen. De hele dag door luister ik muziek. Ik vind het kalmerend. Ik heb ADHD en ik vind het moeilijk om met prikkels om te gaan. Muziek geeft me rust.
Op maandag en donderdag hebben we Academie. Aan het begin van het schooljaar kun je kiezen welke les je wil: fotograferen, film maken, techniek, lego, echt van alles. Dat is zo leuk. We gaan nu een podcastaflevering maken. En ik schrijf een script voor een film. De main character, Liv, strugglet heel erg met haar gevoelens. Ze komt erachter dat haar vrienden andere mensen pesten. Dan sluit ze zichzelf af van de wereld. Ik ben het verhaal nu aan het uitschrijven. In de zomervakantie gaan we filmen.
Ik gebruikte ChatGPT heel vaak, maar ik ben er meer over gaan nadenken. Ik ontdekte dat ChatGPT heel slecht is voor het milieu, dus ben ik ermee gestopt. Ik gebruik het alleen als het voor school moet. Mijn docent heeft een programma gemaakt met ChatGPT en dan moeten we daarmee leren. Ik vind dat zo’n onzin. Ik denk dat het beter op papier gaat.
Ik heb gehoord dat er naaktfoto’s zijn gemaakt met AI op school, van leerlingen. Maar ik weet niet zeker of het AI is, of dat het echte foto’s zijn. Want er gaan ook weleens echte naaktbeelden rond. Dat is al meerdere keren gebeurd. Dat gaat zo snel dat leraren ze twee dagen later op hun telefoon hebben. Als er een naaktfoto rondgaat, wordt daar veel op gepest. Op de persoon die op de foto staat, niet op degene die hem heeft doorgelekt.
Mijn ouders hebben ook Instagram en Facebook. Dan zit ik half te eten of te drinken en dan maken ze een foto. Dan denk ik: mama, alsjeblieft, dat wil ik niet. Hou dat alsjeblieft privé. Mama gebruikt heel veel AI. Ze heeft een AI-achtergrond van de katten. En ze gebruikt AI voor groepsfoto’s van ons. Dat vind ik een hele lastige. Dan zitten we met z’n drieën en dan maakt mama een foto, en dan zegt ze: ‘O, dat is niet goed, laat ik even aan AI vragen of die het wil aanpassen.’ Soms maakt ze anime-karakters van ons. Dat is echt een hobby. Ik vind dat heel raar. Als je dat wil, ga tekenen. Maar dan zegt ze dat ze niet kan tekenen. Ik denk dan: probéér het. Maar we maken daar geen drama over. Ik laat haar gewoon gaan.
Mijn ouders hebben ouderlijk toezicht op mijn telefoon. Dan kunnen ze zien waar ik ben. Voor de veiligheid. Ik vind dat wel fijn. Als er iets gebeurt, weten ze waar ik ben.”
“Ik vind de wereld best druk. Technologie geeft mij een manier om wat rustiger en slomer bezig te zijn. Ik luister graag muziek. Dat helpt me door moeilijke periodes heen. Het werkt gewoon kalmerend. Op een gegeven moment ken je een playlist zo goed dat het relaxend is dat je steeds hetzelfde hoort. Het is voorspelbaar. Met sommige games heb je dat ook. Dat is heel anders dan de rest van het leven, waar je weinig invloed op hebt.
Dingen die stress geven zijn school, het leven zelf, de leeftijd. Dat je dingen niet weet en ze wel moet doen. Toetsen en zo.
Voor mij is de smartphone een uitweg. Als je iets niet fijn vindt, kun je gewoon wegswipen. In het echte leven kan dat niet. Online kan ik soms ook meer mezelf zijn. Ik zit op een streng-christelijke school. Ze zeggen dat iedereen welkom is, maar je merkt toch dat dat niet voor iedereen geldt. Dan zeggen ze: je moet mensen respecteren, maar niet accepteren. Dan denk ik: je kunt ze ook gewoon accepteren.
Ik gebruik technologie ook gewoon praktisch. Voor huiswerk, dingen opzoeken, vertalen. Ik schrijf zelf verhalen, vooral fantasy. Soms gebruik ik ChatGPT om namen te verzinnen voor mijn karakters, maar niet om verhalen te schrijven. Dat is alsof je iemand anders zijn verhaal pakt en er een ander kleurtje overheen doet. Je voelt ook wel het verschil tussen iets dat door een mens is geschreven en door AI.
Oudere mensen zien dat verschil minder goed. Mijn moeder stuurt wel eens een filmpje en dan zeg ik: leuk mam, maar dit is AI. Wij weten waar we op moeten letten, omdat we veel online zitten. We weten beter wat echt is en wat niet. En of iets wel of niet waar is.
Op school gebruiken docenten ook AI, bijvoorbeeld voor samenvattingen of oefentoetsen. Dan denk ik: waarom gebruik je AI voor een toets? Maar je weet wel: als je een AI-oefentoets krijgt, moet je die heel goed leren. Want je krijgt gewoon hetzelfde, maar dan in een ander hoesje.
Veel mensen zeggen dat AI onze banen gaat overnemen, maar ik denk er niet zo over. Ja, AI wordt slimmer en moeilijker te herkennen, maar het kan geen banen overnemen. En waarom zouden we het zover willen laten komen? Volgens mij beginnen steeds meer mensen te begrijpen dat ze dat eigenlijk helemaal niet willen.
Natuurlijk, het heeft ook echt wel goede dingen. Soms check ik even of mijn karakter nog leeft na alles wat ze heeft meegemaakt. Ik schrijf over fantasy en oorlog. Dan heeft iemand bijvoorbeeld een drietand tussen de ribben en denk ik: is dit überhaupt overleefbaar? Dan vraag ik dat even. Alleen je moet wel oppassen hoe je het vraagt, anders krijg je meteen ‘113 zelfmoordpreventie’. Dat heb ik al meerdere keren gehad. Ik ben een master geworden om dat te omzeilen. Gewoon duidelijk maken: het is een verhaal, ik ben oké.
Soms gebruik ik ChatGPT ook als ik een rotdag heb. Maar dan krijg je soms zo’n standaard antwoord als: ‘wat vervelend voor je’. Dan denk ik: laat maar, you know, daar heb ik echt niks aan. Maar de antwoorden worden wel beter, want volgens mij leert hij je een soort van kennen.”
“Ik kan niet zonder technologie. Ik gebruik dagelijks mijn oortjes en mijn telefoon, maar ook een elektrische fiets om van Haaksbergen naar Hengelo te fietsen. Mijn laptop om te gamen. En natuurlijk voor alle afspraken en leuke dingen die ik ga doen. Als ik kaartjes wil kopen voor een feestje, dan moet ik die online bestellen.
Als iemand de blauwe vinkjes heeft uitstaan op WhatsApp, dan denk ik de hele tijd: heeft hij het nou wel of niet gezien? En als ik ze wel zie, maar er komt geen reactie, dan denk ik meteen: help, heb ik iets verkeerds gezegd? Dat kan wel stress opleveren. Het liefst zou ik die vinkjes uitzetten. Maar dat doe ik niet, want ik vind het vervelend als mensen dat bij mij doen. Ik zou het wel fijn vinden als ik een soort van anoniem kan blijven. Vaak lees ik berichten eerst bovenin mijn beeldscherm. Even snel naar beneden swipen, zodat je het bericht al kan lezen zonder dat de ander het ziet.
Ook op Snapchat kun je berichten ‘half-swipen’. Maar als iemand SnapChat Plus heeft, dan kan die zien dat je aan het half-swipen bent. Het kost twee euro in de maand ofzo. Je kunt dan ook zien hoe hoog anderen jou hebben staan in hun beste-vriendenlijst. Dat zijn de mensen waarmee je het meeste contact hebt. Iemand vroeg mij eens waarom hij was gezakt in mijn beste-vriendenlijst. Dan voel je wel een soort druk: o shit, ik moet nu meer met jou gaan appen, want ik mag jou wel meer dan die andere persoon.
Op TikTok heb je nu ook streaks. Als je elkaar elke dag een video stuurt, dan is het goed en dan gaat er niks gebeuren. Maar ik heb met TikTok wel echt vaak dat ik denk: o shit, ik moet nog even een video sturen, anders worden ze boos op mij. Ik heb wel eens duizend dagen lang achter elkaar met iemand gepraat en toen ging dat weg. Ja, dát is natuurlijk… Er gaat niemand dood. Maar het is wel jammer.
Toen ik onder de vijftien was, mocht ik geen telefoon mee op vakantie. En ik had natuurlijk wel streaks op Snapchat. Dus toen heb ik allemaal mensen geappt van: dit zijn mijn inloggegevens – met hele goede vrienden natuurlijk – en kan jij elke dag voor mij een snap naar iedereen sturen? Dus je steekt er echt wel veel moeite in. En voor wat eigenlijk? Gewoon omdat het bedrijf het wil. Je weet dat het een trucje is van het bedrijf, zodat wij meer gaan sturen. Aan de andere kant is het ook wel weer leuk. Op TikTok kun je samen een diertje maken. Een streak-dier. Ik zit nu met iemand boven de honderd, en nu is ons diertje niet meer oranje maar blauw. Als die streak voorbij gaat, dan gaat dat diertje weg. Dat is ook wel heel zielig natuurlijk.
Ik wil later mijn werk maken van acteren. Vaak kom ik bij audities via social media. Ik sta nu ingeschreven bij castingbureaus omdat ik ze op Instagram tegenkwam. Als ik geen sociale media had, dan had ik er waarschijnlijk nooit van geweten.
Soms denk ik: moet ik dit wel online zetten? Ik vind het heel leuk om te zingen, maar ga geen zangvideo van mezelf online plaatsen. Terwijl ik vaak zing voor mensen. Dat is best raar. Ik durf echt wel te zingen en het is ook wel een paar keer opgenomen, maar ik zou nooit mijzelf voor een camera zetten en dat dan op mijn eigen account posten. Ik denk dat het dan toch te kwetsbaar is. En anders kun je bijvoorbeeld nog zeggen: ik deed het voor die en die. Dat is toch minder erg dan dat je voor jezelf besluit om de telefoon neer te zetten en te gaan zingen. Terwijl het wel leuk is om te doen.
Misschien verandert dit nog met de leeftijd. Als ik van de middelbare school af ben, en ik ga bij het muziektheater, dan ben ik vaker tussen mensen die hetzelfde doen. Het maakt uit welke mensen je om je heen hebt. En ik verander zelf ook. Ik heb wel eens een post verwijderd, omdat ik dacht: dat zou ik nooit meer zo zeggen. Of omdat ik een shirt aan had dat ik later helemaal niet meer mooi vond. Dan denk ik: o nee, als andere mensen dat zien…
Mijn grootste angst is dat ik per ongeluk iets post. Ik heb niet iets in mijn galerij staan waarvan ik denk: nou, als ik dat post dan ga ik dood, maar ik heb wel dingen waarvan ik denk: dat hoeft echt niemand te zien. Dat klinkt misschien een beetje raar. Het kunnen gewoon normale foto’s zijn waarop mijn haar slecht zit. En soms neem ik mezelf op als ik aan het oefenen ben met zingen. Als dat online zou komen, zou dat echt verschrikkelijk zijn.”
Siem is als filmmaker betrokken bij de onderzoekslijn en zelf ook een jongere.
“Ik ben geboren in 2002. De smartphone was er toen nog niet. We speelden wel eens Mario op een Nintendo DS, maar je zat niet de hele dag naar een scherm te staren. Daar werd je vanzelf moe van. ‘s Avonds speelden we vaak buiten. Het veldje voor mijn huis noemden we ‘het veldje bij Siem’. Je wist nooit wie er zou zijn, dus de ene dag was het leuker dan de andere. Je ging gewoon iets doen met de mensen die er waren. En als er niemand was, haalde je iemand op. Af en toe zie ik nog kinderen voetballen op dat veld, maar het is lang niet meer zo druk als vroeger. Eigenlijk zie ik sowieso weinig kinderen nog op straat.
In groep acht was daar opeens de smartphone. Daardoor werd alles anders. Ook het buitenspelen. Als iemand een iPhone had, ging iedereen daaromheen staan. Je kon er filmpjes mee maken, en als kind vond ik dat vooral leuk. Ik zag de slechte dingen niet. Op de middelbare school hadden we een groepsapp met de klas. Achteraf besef ik dat ik daardoor nooit echt ‘klaar’ was met school: ik kreeg de hele tijd berichten. Dat ging vanaf toen met alles zo. Ook met mijn basketbalteam.
Ik zie het als een voordeel dat ik zonder smartphone ben opgegroeid. Het is belangrijk dat je als kind moeite moet doen om jezelf te vermaken. Dan ga je iemand ophalen, verzin je een spel, krijg je ruzie en moet je het weer oplossen. Zo leer je hoe de wereld werkt. Als je vooral binnen zit met je telefoon, mis je die ‘straatwijsheid’. Het lijkt alsof jongeren tegenwoordig minder makkelijk praten. Ze zijn verlegen en meer op zichzelf. Als je vooral online communiceert, wordt het moeilijker om connectie met iemand te maken. Daar word je uiteindelijk gewoon minder handig in.
ChatGPT gebruik ik wel veel. Gewoon om dingen te vragen als ik iets niet weet. Maar ook om te sparren over ideeën. Dan wil ik bijvoorbeeld weten hoe ik iets kan vormgeven of hoe ik ergens geld mee kan verdienen. Ik maak dan eerst zelf een plan. Daarna leg ik het voor aan ChatGPT en dan ga ik ermee ‘praten’: wat denk jij hiervan? Ik vraag ook weleens uitleg over muziek, bijvoorbeeld over harmonie of akkoorden. Maar als ik hem dan vraag om een muziekstuk te schrijven, dan klinkt het nergens naar. Daar zal hij wel steeds beter worden, maar mijn eigen muziek zou ik nooit door AI laten maken. Daar is niks leuks aan.
Ik denk dat veel dingen die we nu doen uiteindelijk door AI overgenomen kunnen worden. De vraag is dan: wat willen mensen gaan doen? Waar liggen hun interesses? Ik ben bang dat er straks geen markt meer is voor wat mensen het liefste doen. Dat AI makers vervangt en dat er een soort zielloze troep overblijft. AI heeft sowieso geen smaak; het werkt op basis van criteria, zonder intern gevoel.
Soms lijkt het alsof wij zelf ook steeds meer op AI gaan lijken. Met alle technologie die we hebben, zouden we prachtige gebouwen kunnen maken, maar in plaats daarvan wonen we vaak in standaardhuizen zonder karakter. Of kijk naar Dubai: al die gebouwen zijn opgedrongen aan de omgeving. Oude steden hebben veel meer esthetiek. Oude molens ook, die horen bij de identiteit van Nederland, maar nu zetten we overal windmolens neer.
Ik maak me ook zorgen over nepbeelden die met AI gemaakt kunnen worden. Daarmee kun je je eigen waarheid creëren. In principe kan iedereen dat doen, maar mensen met macht kunnen het natuurlijk veel effectiever inzetten. Zij kunnen invloed uitoefenen op iedereen die afhankelijk is van die technologie. Overheden censureren nu al bepaalde dingen, vaak met het argument dat ze bijvoorbeeld kinderporno willen tegengaan. Dat gebeurt misschien met goede intenties, maar als je zo’n infrastructuur bouwt dan vraag je om problemen. Je weet niet wie er over twintig jaar aan de macht is. In de geschiedenis is het wel vaker misgegaan.”